Kanaalstenose


Inleiding
Bij een lumbale kanaalstenose is er sprake van een vernauwing (stenose) van het wervelkanaal ter hoogte van de (lumbale) lendenwervels. Bij ongeveer 13-14% van de mensen met lage rugpijn is er sprake van lumbale kanaalstenose. Het komt met name voor bij ouderen ( >60 jaar) en meer bij mannen dan bij vrouwen. 

Hoe kan stenose ontstaan?

Voorafgaand aan deze klachten is er vaak sprake van jarenlange progressieve rugklachten. Veelal zie je ook zware belasting als gevolg van werk of sport in de voorgeschiedenis.
De vernauwing van het wervelkanaal is vaak het gevolg van artrose. Artrose is een normaal verouderingsverschijnsel dat bij iedereen in meer of mindere mate voorkomt. Als reactie op artrose gaat het wervelbot woekeren, wordt het dikker, vooral bij de gewrichten, waardoor het wervelkanaal nauwer wordt. Daarnaast verdikken de ligamenten (banden) binnen in het wervelkanaal ook en kunnen de tussenwervelschijven als gevolg van slijtage gaan uitpuilen in het wervelkanaal. Al deze veranderingen gaan ten koste van de wijdte van het wervelkanaal. Daardoor blijft er minder ruimte over voor de zenuwwortels die vanuit het ruggenmerg dat zich in het wervelkanaal bevindt naar de benen lopen.

 

Naast artrose kunnen er ook andere oorzaken zijn voor stenose. Deze zijn minder vaak voorkomend,  zoals botwoekeringen (facethypertrofie), spondylolysthesis, (waarbij de vorm van het tussenwervelgewricht verandert), fracturen (breuken)  of ruimte innemende processen als tumoren of Hernia Nuclei Pulposis ( in de volksmond ‘hernia’ genoemd, waarbij de tussenwervelschijf uitpuilt in het wervelkanaal) of postoperatieve fibrotisering (littekenvorming of verbindweefseling ontstaan na een operatie).

 

De wijdte van het wervelkanaal is deels aangeboren, en kan van persoon tot persoon sterk variëren. Bij mensen met een van nature smal wervelkanaal kunnen zich op relatief jonge leeftijd klachten ontwikkelen.
Verder is de wijdte van het deels houdingsafhankelijk: tijdens lopen en staan is de onderrug hol en het wervelkanaal op zijn smalst. Bij patiënten met een kanaalstenose treedt daarom in die situaties (na enige tijd lopen of staan) beknelling en stuwing van de zenuwwortels op. Dit kan leiden tot klachten. Door de rug recht of bol te maken (vooroverbuigen, zitten, hurken) wordt het wervelkanaal wijder en is er meer ruimte voor de zenuwwortels: de klachten nemen dan af.


Symptomen

Stenose kan op 2 plaatsen in de wervelkolom plaatsvinden: in het wervelkanaal zelf, ook centrale kanaalstenose genoemd,  of aan de zijkant waar de zenuw het wervelkanaal uittreedt richting de rest van het lichaam, laterale recessus stenose genoemd. Afhankelijk van de locatie van de stenose zal er ook een ander klachtenbeeld optreden.
In beide gevallen zullen de patiënten lage rugpijn hebben, met uitstraling naar beide benen bij centrale kanaalstenose, of naar één been bij laterale recessus stenose. De beenpijn staat meer op de voorgrond dan de rugpijn.


De uitstraling naar de benen wordt gevoeld in de vorm van zeurende pijn, vaak gevoeld diep in het onderste deel van de kuit, of ter hoogte van de voet (centrale kanaalstenose), of in het bovenste gedeelte van het onderbeen/kuit (laterale recessus stenose). In zeldzame gevallen kan het ook diep in de bil gevoeld worden. Het hoeft niet altijd zo te zijn dat u pijn voelt, sommige patiënten ervaren juist een moe gevoel. Verder is er vaak sprake van een doof gevoel, tintelingen, kramp in de benen, kuiten of voeten.

De klachten zijn geleidelijk progressief, en spierkracht van de benen kan heel langzaam afnemen.

 

Typisch voor de klachten is dat ze optreden tijdens het lopen of na een tijdje staan. Naarmate men langer loopt of staat nemen de klachten in ernst toe. Om de klachten af te laten nemen moet men gaan zitten, vooroverbuigen of hurken. Omdat lopen met een rechte rug ook zorgt voor toename van de klachten, zal men steeds meer met een voorover gebogen houding lopen. Fietsen kunnen de kunnen de meeste patiënten met stenose prima, omdat hierbij buiging van de rug optreedt en zo voor meer ruimte in het wervelkanaal gezorgd wordt.

Diagnostiek
Uw verhaal in combinatie met de bevindingen van het lichamelijk onderzoek kan aanleiding zijn om te denken aan een kanaalstenose. Middels een MRI of CT-scan kan de diagnose bevestigd worden.

Behandeling
Afhankelijk van de ernst van de klachten kan worden gekozen voor conservatief beleid, bestaande uit een afwachtend beleid of fysiotherapie, of voor behandeling door de neurochirurg of orthopeed voor een operatie. In sommige gevallen kan verdoving van de aangedane zenuwwortels door de anesthesist leiden tot een (tijdelijke) afname van de klachten.   

 

Behandeling door de fysiotherapeut kan bestaan uit houdingsoefeningen, beweegadviezen en oefentherapie gericht op verbetering van de beweeglijkheid van de rug en aangrenzende regio’s (heupen, middenrug), verbetering van de spierkracht van romp en benen, loopafstand vergroten en vermindering van de neurologische uitval. Dit alles met als doel om een operatie te vermijden of uit te stellen.